Hoe druk was het op de Via Belgica?

Auteur: Harry Lindelauf
Fotografie: Mikko Kriek

Hoe intens gebruikten de Romeinen het 27 mijl lange deel van de Via Belgica tussen Maastricht en Rimburg? Wie waren er onderweg, waarom en waarmee? Een zoektocht naar 2000 jaar oude antwoorden op hedendaagse vragen.

Was het eigenlijk wel zo druk?
De Via Belgica was een verkeersslagader want het was de belangrijkste oost-westverbinding voor het noorden van het Romeinse rijk. De weg was een kruipspoor voor zwaar vrachtverkeer en moest ook plaats bieden aan muilezels van handelaren, kuddes vee, voetgangers  en gejaagde koeriers te paard. En dan eiste het leger met troepenverplaatsingen ook nog zijn plaats op. Een cohort op pad bijvoorbeeld was goed voor zo’n 480 manschappen plus tientallen karren met wapens, pontons, voorraden en tenten. En iedereen op de Via Belgica had zijn eigen reistempo en ruimtebeslag. De hectiek is daardoor goed voorstelbaar zeker in de nederzettingen en bijvoorbeeld in Heerlen met zijn kruispunt van Via Belgica en de weg Xanten-Trier. De bruggen over de Maas en de Worm waren flessenhalzen en daar zal het topdruk zijn geweest.

Foto: Reconstructie van een Romeinse kar in het Deense Velje.
Bron: Wikicommons.

Waar kwamen al die voetgangers, koetsiers en ruiters vandaan en waar ging de reis naar toe?
De ruiters bijvoorbeeld waren van de staatsdienst ‘cursus publicum’. Deze dienst bezorgde in opdracht van de keizer berichten bij bestuurders en was de taxiservice voor ambtenaren. Keulen en Tongeren waren belangrijke bestuurscentra, net als Xanten. Er was veel vrachtverkeer van en naar Maastricht met zijn haven en zijn onmisbare brug. De granen van de grote boerderijen langs de Via Belgica en de natuursteen uit de groeves in het Wormdal, Kunrade, Valkenburg, Maastricht, het werd allemaal over deze doorgaande hoofdweg getransporteerd.

Er was veel vrachtverkeer van en naar Maastricht met zijn haven en zijn onmisbare brug.

Effe nieuwsgierig, wat lag er op al die karren en pakzadels?
Ongelooflijk veel. Want alles dat je nodig hebt om te leven kwam voorbij. Om je een indruk te geven: Duizenden kubieke meters grint uit lokale groeves voor aanleg en onderhoud van de weg. Natuursteen zoals mergel, Kunrader steen, Nivelsteiner zandsteen, baksteen, dakpannen uit steenovens in het Maasdal. Grote hoeveelheden bouw- en stookhout, het bouwhout uit de Ardennen. IJzeroer uit bijvoorbeeld Camerig, Holset en Elzet, voor de productie van landbouwwerktuigen en gereedschap. Lokaal aardewerk uit Heerlen, luxe aardewerk uit Frankrijk, glaswerk uit Keulen. Natuursteen voor gebouwen en grafmonumenten werd aangevoerd uit de Ardennen en Noord-Frankrijk. Een mens moet ook nog eten dus er gingen runderen, varkens en kippen op transport. Het meest belangrijk waren de leveringen van spelttarwe, emmertarwe en gerst. De grote boerderijen (alleen al in het Geuldal zijn er twaalf gevonden) produceerden elk honderden tonnen graan per oogst. In de afdeling ‘eetbaar’ horen trouwens ook groenten en fruit thuis. De luxe kwam in de vorm van olijfolie uit Spanje in 80 liter grote amforen en wijn uit Frankrijk.

Foto: Deel van een Romeinse dakpan. Gevonden bij de villa Backerbosch of Pannestuk in Cadier en Keer.
Bron: Rijksmuseum van Oudheden.

Indrukwekkend. Waarmee werd dat allemaal vervoerd?
Je verwacht het misschien niet, maar veel personenvervoer of transport van kleine spullen ging gewoon te voet. Bagage of handelswaar ging dan in een draagstel op de rug. Wie het zich kon permitteren had een muilezel en kon zijn spullen kwijt op een lastzadel of zelfs in een lichte kar. De gegoede Romein die wilde reizen, had een koets met een of twee zitplaatsen. Daarnaast was er een indrukwekkend assortiment vrachtkarren met een of twee assen. Het trekwerk werd gedaan door ossen of door muilezels. De zwaarste karren konden een laadgewicht aan van rond de 500 kilo. Er waren tal van varianten, aangepast aan de vracht. Wijn bijvoorbeeld werd vervoerd in een groot houten vat, amforen of een grote lederen zak op de kar. Het leger gebruikte karren met muilezels want die dieren liepen ongeveer twee keer zo snel als ossen.

Foto: Reconstructie van een zware reiskar.
Bron: Romeins-Germaans museum Keulen.

Ging bij de Romeinen dan alle vervoer over de weg?
Nee, juist niet. Het was gemakkelijker, zeker bij bulkgoed of zware vracht als natuursteen, om schepen in te zetten. Als het even kon, gebruikten de Romeinen ook in onze contreien de rivieren. De Maas was belangrijk vanaf Frankrijk tot aan de forten langs de noordgrens van het rijk bij de Rijn en zijn vertakkingen in Utrecht en Zuid-Holland. Daar zijn rivierboten gevonden, in Woerden zelfs een boot met ongeveer 30 ton graan nog aan boord. Het graan kwam mogelijk uit het Limburgse lössgebied. Waarschijnlijk zijn ook de kleinere rivieren als Jeker, Roer en Worm gebruikt voor transport.

Foto: Romeins binnenvaartschip gevonden bij Utrecht.
Bron: Aafke Holwerda / Museum De Hoge Woerd.

Vervoer over water, dat ruikt naar havens
Ja, Maastricht was als overslagplaats belangrijk, voor plaatsen als Tongeren en voor de boerderijen in de regio maar via de Maas was ook het noorden bereikbaar. Tongeren zelf schijnt een kleine overslaghaven aan de Jeker te hebben gehad. De haven in Maastricht bestond uit laad- en losplaatsen direct aan de rivier. Er zijn houten kades aangetroffen, uit de latere tijd een zware stenen (kade?)muur. Op de kade stonden houten kranen om de zware lasten over te laden.

Foto: Bouwsteen gevonden in Voerendaal. De steen weegt 5 kilo.
Bron: Rijksmuseum van Oudheden.

Met dank aan publieksarcheoloog Béatrice de Fraiture.

Lees ook

TERUGKIJKEN – L1 ‘Schatten van de Via Belgica’ aflevering 4 – Voerendaal

TERUGKIJKEN – L1 ‘Schatten van de Via Belgica’ aflevering 3 – Heerlen

toon alles