Verliefd op Romeins Zuid-Limburg

Auteur: Kris Förster
Fotografie: Philip Driessen

Er is waarschijnlijk niemand die meer weet over de Via Belgica dan Karen Jeneson. Jarenlang deed ze uitgebreid onderzoek naar Romeinse sporen in de Zuid-Limburgse bodem. En dat zijn er nogal wat. Niet toevallig is Karen Jeneson sinds 2010 conservator van het Heerlense Thermenmuseum, waar het grootste (bovengrondse) archeologische monument van Nederland valt te bewonderen. Een plek, die iedereen die Romeins Zuid-Limburg wil ontdekken, gezien móét hebben.

Wie Karen Jeneson gepassioneerd hoort vertellen over archeologie, kan zich niet anders voorstellen dan dat deze bevlogen archeologe al haar hele leven lang bezig is met ons ondergrondse verleden. Maar niets is minder waar. Karen: “Pas op mijn 33e heb ik besloten om ‘Provinciale Romeinse archeologie’ te gaan studeren. Met ‘provinciaal’ wordt bedoeld dat het niet gaat om de ‘klassieke’ archeologie van Rome en Italië, maar om de ‘buitengebieden’ van het Romeinse Rijk, oftewel de provincies. Zuid-Limburg lag destijds in de periferie van het Romeinse Rijk. Na mijn studie heb ik het geluk gehad dat ik promotieonderzoek kon doen naar het Romeinse villalandschap tussen Tongeren en Keulen. Een prachtkans! Zes jaar lang heb ik me uitvoerig verdiept in alle sporen en vondsten uit de Romeinse tijd in Zuid-Limburg. En dat zijn er nogal wat!”

"Op elke vierkante kilometer in Zuid-Limburg staat minimaal één villa."
— Karen Jeneson

Op iedere vierkante kilometer een villa

Romeins Zuid-Limburg was destijds een behoorlijk dichtbevolkt en dichtbebouwd gebied. Karen vertelt: “Toen ik begon met mijn onderzoek dacht iedereen nog dat er hier en daar een villa had gestaan, maar ik heb aangetoond dat er – gemiddeld – op elke vierkante kilometer in Zuid-Limburg minimaal één villa stond. Sommige waren heel groot, volledig van steen en luxueus ingericht, zoals Villa Ten Hove in Voerendaal en Villa Onderste Herkenberg in Meerssen. Maar er zijn ook een heleboel kleinere villa’s geweest. Die waren meestal van vakwerk of zelfs volledig van hout. En ze lagen overal: op de hellingen, de plateaus en in de dalen. Zo’n villa bestond uit een erf met daarop diverse woon- en bijgebouwen. En daaromheen lagen de akkers en weilanden. Precies hetzelfde als op het huidige  platteland. Dat Romeinse landschap zag er in essentie dus hetzelfde uit als nu. En dwars door dat landschap liep van west naar oost de Via Belgica die de vici (dorpen) van Rimburg, Heerlen en Maastricht met elkaar verbond. Die weg was de levensader van Romeins Zuid-Limburg. Via de Via Belgica werd de oogst van de villa’s – met name spelt – naar de dorpen in de buurt en van daaruit naar de Rijngrens – de Limes – gebracht. Langs de grens waren duizenden soldaten gelegerd. En die moesten eten. Hun dagelijks voedsel kwam voor een belangrijk deel uit Zuid-Limburg. Dát was de raison d’être van al die villa’s.”

Karen’s favoriete plek

Karen vindt het lastig om een lievelingsplek te kiezen: “Er zijn een aantal uitkijkpunten in Zuid-Limburg waar je een prachtig uitzicht hebt over het Zuid-Limburgse heuvelland: bij de Goudsberg in Valkenburg, bij Ubachsberg richting Eys, bij Bemelen over het Maasdal. Als je daar staat en je denkt de huidige bebouwing even weg, dan is het niet zo moeilijk je voor te stellen hoe de Romeinen het landschap hebben gezien én ervaren. Een andere absolute favoriet is natuurlijk het Romeinse badhuis in het Thermenmuseum. Maar het spreekt voor zich dat ik daar mijn hart aan verloren heb.”

Conservator van een badhuis

Karen noemt het een droombaan, maar onderkent tegelijkertijd dat het een behoorlijke uitdaging was om in het Heerlense Thermenmuseum als conservator aan de slag te gaan. Karen: “Toen ik een kleine 8 jaar geleden begon, was het museum op sterven na dood. Het probleem was dat het Romeinse verleden absoluut geen onderdeel uitmaakte van de identiteit van de stad. Veel draaide nog steeds om de mijnsluitingen die inmiddels meer dan 50 jaar achter ons liggen. Het gevolg was dat niemand zag hoe speciaal het Romeinse verleden van Heerlen en vooral van het badhuis was. Ik realiseerde me dat de focus moest komen te liggen op het vertellen van verhalen. Verhalen die het verleden tot leven wekken. Verhalen die het verleden met het heden verbinden. Verhalen die op zoek gaan naar de historische mens achter de vondsten. En verhalen die vertellen hoe uniek het Romeinse verleden van Zuid-Limburg is. In Midden-Nederland is er ontzettend veel aandacht voor de grens van het Romeinse Rijk – de Limes – die daar liep. Maar niemand die daar het verhaal van de Via Belgica en het Romeinse villalandschap van Zuid-Limburg kent. En zowel daar als hier realiseerde ook bijna niemand zich dat het Romeinse badhuis van Heerlen het grootste zichtbare archeologische monument van Nederland is. Daarmee heb je goud in handen!”

"Ik ben verliefd op de Romeinen en Zuid-Limburg. Ik wil hier nooit meer weg!"
— Karen Jeneson

Missie geslaagd

Op de vraag of Karen, na zich 15 jaar in het Romeinse verleden  verdiept te hebben, wederom een carrièreswitch zal maken, antwoordt ze resoluut: “Absoluut niet! Ik ben verliefd op de Romeinen en Zuid-Limburg. Ik wil hier nooit meer weg! Hopelijk heeft iedereen die de Via Belgica ontdekt datzelfde gevoel. Dan is mijn missie geslaagd!”

Lees ook

Terugblik FestiVia Belgica 2019

Asperges volgens Apicius

toon alles