Wat leert de Villa Meezenbroek ons?

Auteur: Harry Lindelauf
Fotografie: Harry Lindelauf

De drie opgravingen van de Romeinse villa Meezenbroek in Heerlen zijn inmiddels tussen de 125 en de 75 jaar geleden uitgevoerd. Er zijn voorwerpen gevonden, tekeningen en foto’s gemaakt en verslagen geschreven. Maar wat kun je als archeoloog in 2026 leren als je met de inzichten en technieken van nu het werk van jouw collega’s van toen bekijkt?

Studente archeologie Sabine Boschma van de Radboud Universiteit Nijmegen werkt aan het antwoord op die vraag tijdens haar stage bij de regioarcheologe van Parkstad, Hilde Vanneste en Het Romeins Museum. In de eerste helft van haar tijd in Heerlen was ze regelmatig te vinden in de archeologische depots van Het Romeins Museum in Heerlen en het depot van de provincie Limburg. ‘Ik wilde weten wat er toen is gevonden en wat er aan documentatie is. Het blijkt dat de opgraving van 1950 het beste gedocumenteerd is. Dat is relatief goed, want het is niet gebeurd naar de huidige maatstaven’, legt Sabine Boschma uit.

Nieuwe verbanden

Alle vondsten zoals stukjes muurschildering, bouwmateriaal, natuursteen, maar vooral fragmenten aardewerk worden gefotografeerd. Daarna volgt de poging de vondsten te dateren en Sabine legt een database aan. Andere kennis haalt ze uit de veldtekeningen die de archeologen destijds hebben gemaakt. Die zijn maar voor een deel gedigitaliseerd. ‘In deze fase ben ik puur aan het kijken wat er is. Het is nog niet één geheel. Als dat er straks wel is, hoop ik nieuwe verbanden te kunnen zien. Zo hoop ik een steentje te kunnen bijdragen aan een nieuwe kijk op de vondsten van toen.’

De moeite waard

In een eerder artikel werd getwijfeld aan de conclusie dat de vondsten in Meezenbroek van een Romeinse villa rustica zijn. Niet nodig, vindt Sabine: ‘Ik kan nog geen definitieve conclusie geven, maar alle aanwijzingen die ik tot nu toe heb gezien, wijzen in dezelfde richting: het was een villa. En een villa die de mensen toen de moeite waard vonden, want je ziet dat de schade aan het hypocaustum (vloerverwarming, red.) is hersteld.

Als het beeld van villa Meezenbroek straks voor Sabine helder is, start zij haar vergelijking met andere Romeinse villae rusticae in Zuid-Limburg. ‘Dan wil ik mijn beeld ook in een bredere context plaatsen en verrijken met de inzichten van nu, bijvoorbeeld zoals je die leest in het boek over de Romeinse villa’s in Limburg van Jasper de Bruin.’

Besefmomentje

Tijdens haar studie maakte Sabine eerder kennis met het militaire aspect van de Romeinse aanwezigheid. Ze was betrokken bij opgravingen van de tijdelijke Romeinse legerkampen in Ermelo Leuvenum en Hoog Buurlo. ‘Je ziet ook dat het ‘militaire’ vaak de boventoon voert als het over de Romeinen gaat. Nu ben ik met de scherven van aardewerk bezig en dan kom ik plots een stuk tegen met een vingerafdruk. Dat is voor mij zo’n besefmomentje: dit was een kookpot. Nu is het een scherf die we in een museum zetten. Ik ben benieuwd of de mensen over 2.000 jaar ons Ikeaservies in een museum zetten.’

 

Lees ook: Villa Meezenbroek, in 1950 één dag beroemd dankzij een 1 aprilgrap

Lees ook

Liefde verborgen in een chocolade kruikje

Klik tussen wetenschap, erfgoed en publiek