621

Romeinse bakstenen in de romaanse kerkarchitectuur

Katholieke kerk van St. Margareta in Kofferen

In de Romeinse tijd vormden de talrijke landgoederen (villae rusticae) de basis voor de graanvoorziening van de kleine steden in de regio en de militaire kampen aan de Rijn. Toen de nederzettingsstructuren in de middeleeuwen veranderden en zich in dorpen concentreerden, werden de Romeinse landgoederen verlaten en raakten ze in verval. Vaak bleef aan de oppervlakte niet meer over dan een hoop bakstenen. De Romeinen hadden dit kunstmatige steenmateriaal in onze streek geïntroduceerd als nieuw bouwmateriaal. Romeinse bakstenen werden, net als metaal en natuursteen, in de middeleeuwen vaak hergebruikt.

Een bijzonder voorbeeld van het voortgebruik van Romeinse dakpannen is de zuidmuur van de kerk in Kofferen (stad Linnich). Het huidige kerkgebouw dateert uit de jaren 1950, toen het godshuis na de verwoestingen van de Tweede Wereldoorlog werd herbouwd. Alleen de zuidmuur, die uit de romaanse periode stamt, is bewaard gebleven en bevat de typische lichtrode Romeinse bakstenen naast rivierkeien en breuksteen. Op veel plaatsen is de karakteristieke rand van de tegulae zichtbaar in het metselwerk. De platte dakpannen zijn het dichtst gelegd op een hoogte van ongeveer twee meter, waar ze in een visgraatpatroon zijn gerangschikt en op sommige plaatsen een meerlagige band vormen met een bijzondere visuele aantrekkingskracht. Lager is nog een andere platte laag zichtbaar.

Het muurpatroon is zo karakteristiek en bekend voor de kerk dat het werd nagebootst in het ontwerp van de keermuur rond de pomp op het voorplein.

Leuk om te weten

Foto's van Stadt Jülich