De askist van de man van Bocholtz
Helweg, Bocholtz
Op enkele kilometers van de vindplaats van de Dame van Simpelveld ligt de Romeinse vallei van Vlengendaal–Bocholtz, een landschap dat ooit bezaaid was met indrukwekkende villa-landgoederen. Binnen slechts één vierkante kilometer ontdekten archeologen in 1911 en 1913 vier Romeinse villa’s — bewijs van een bloeiende gemeenschap langs de oude Via Belgica, de Romeinse weg die Maastricht met Keulen verbond.
In 2003 sloeg boer Hupperetz met zijn ploeg tegen een grote steen. Dit bleek een van de spectaculairste vondsten ooit in Nederland te zijn. Onder de grond lag een bijna intact zandstenen askist, een opmerkelijke zeldzaamheid onder de Romeinse grafmonumenten in Nederland. Archeologen groeven deze met grote zorg uit. Binnenin bevonden zich de verbrande resten van een volwassen man (tussen 20 en 34 jaar oud), later de Heer van Bocholtz genoemd.
De grafgiften
De asurn werd aangetroffen in een tumulus, een grafheuvel. Dit wijst op de gebruiken van de Tungri, een stam die in het gebied rond het huidige Tongeren woonde. De grafgiften in de urn en de omringende grafkamer zijn opvallend door hun schoonheid en vakmanschap. Ze omvatten fijne bronzen en glazen voorwerpen, waaronder een perfect bewaard bronzen balsamarium — een Romeins zalfpotje in de vorm van een mannelijk buste. Zo’n voorwerp was een kostbare bezitting, passend bij een persoon van hoge status. Andere vondsten, zoals een inktpot, suggereren dat de overledene geletterd was en waarschijnlijk tot de lokale Galloromeinse elite behoorde. Later onderzoek identificeerde de Heer van Bocholtz als een Romeins militair veteraan die zich mogelijk had teruggetrokken in dit welvarende villalandschap.
Zijn graf, rijk aan symboliek en luxe, weerspiegelt het blijvende prestige van degenen die langs de Romeinse weg leefden — en stierven.
Vandaag de dag is de askist te zien in het Informatiecentrum Hoeve Overhuizen