Diefstal steenblokken zorgt voor ontdekking villa

Auteur: Harry Lindelauf
Fotografie: RMO, Marc Hermans/Studio BKL, Landschaftsverband Rheinland

Dit is het verhaal van een bijzondere villa rustica in Bocholtz. Een verhaal waarin een grens uit de 14de eeuw en een nachtelijke diefstal van tientallen grote blokken zandsteen een belangrijke rol spelen. Lees het verhaal van de villa met twee namen.

De resten balanceren letterlijk op de grens. Aan Nederlandse kant heb je het over de Villa Dellender, de Duitse buren noemen de villa ‘Butterweiden’. Precieze locatie is het raakpunt van de Romeinse vallei van Bocholtz en een Duits windmolenpark bij Vetschau.

Ons verhaal van Butterweiden/Dellender begint in 1982. Op een nacht worden hier tientallen blokken zandsteen gestolen die nu ongetwijfeld ergens een mooie tuinmuur vormen. Een inwoner van Bocholtz hoort van de diefstal en gaat een kijkje nemen. Hij vindt bij zijn verkenning van de ‘crime scene’ resten van Romeins muurwerk en stukjes aardewerk.

Illegale schatgravers

Een jaar later krijgt de plek weer bezoek. Nu komen ze met een metaaldetector en vinden, zo blijkt jaren later, circa 700 zilveren Romeinse munten. De illegale schatgravers komen in contact met het Landesmuseum van Noordrijn-Westfalen in Bonn. Na moeizame onderhandelingen kan het museum een deel van de vondst kopen. De oudste munt in hun aankoop is uit 120 na Christus, de jongste munt is van 257 of 258 ten tijde van keizer Gallienus. De munten die het museum niet kan kopen, verdwijnen onvindbaar via veilingen.

Foto: Publius Licinius Egnatius Gallienus, keizer van 253 tot 268. Dit beeld lijkt op andere afbeeldingen van Gallienus maar het is mogelijk dat een privé-persoon dit portret heeft laten maken om hem te laten lijken op de keizer.

‘Opgraven-zo-doe-je-dat’

Pas in 1992 komt er uit wetenschappelijke hoek interesse. Daar zorgen de tentoonstelling ‘Spurensicherung’ en een congres in Aken voor. Duitse archeologen nemen de villa in het vizier, ook om studenten een praktijkles ‘opgraven-zo-doe-je-dat’ te bezorgen.

Omdat de resten pal op de grens liggen, is het de bedoeling dat Nederland en Duitsland hun krachten bundelen. De toenmalige Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek wordt dan ook benaderd. Die doet mee, maar met de handrem erop want er is geen geld.

Boontje komt om zijn loontje: er worden nauwelijks resten ontdekt aan de Nederlandse kant, aan de Duitse kant veel meer. De resten aan de Nederlandse kant hebben zwaar te lijden gehad van 500 jaar akkerbouw. De Duitse resten zijn veel beter bewaard gebleven onder de wal die hoort bij de landgraaf van de rijksstad Aachen. Die grens uit de 14de eeuw is 4 meter breed en 3 meter diep en loopt dwars door het Romeinse complex. Ook is het terrein aan de Duitse kant eeuwenlang gebruikt als weiland, zodat hier de resten niet kapot zijn geploegd.

Foto: Tijdens het onderzoek in 1992 werden meerdere proefsleuven gegraven.

Vluchttoren of graanopslag

De archeologen ontdekken een villaterrein van 250 bij 140 meter en de fundamenten van een groot woonhuis van 45 bij 30 meter met hoektorens. Nog vier gebouwen worden ontdekt: een badhuis -later aangebouwd- en twee schuren of werkplaatsen. Opvallend is het zware fundament voor het vierde gebouw van 5 bij 5 meter, waarschijnlijk een combinatie van vluchttoren en graanopslag. Villa Butterweide blijkt in fases gebouwd met de vroegste vondsten uit de eerste en tweede eeuw. De meeste vondsten dateren uit de derde en de vierde eeuw.

Aan de Nederlandse kant blijven de archeologen teleurgesteld achter: ze vinden enkele kleine graven en een afwateringskanaal. Water voor het Romeinse boerenbedrijf op deze plek werd waarschijnlijk afgetapt van de bron van de Amstelbach/Anselderbeek die iets verderop ligt.

Foto: De resten van de villa-met-twee-namen liggen op het hoogste punt van de Romeinse vallei.

Bocholtzer kalksteen

Het hoofdgebouw kende twee, na elkaar gebouwde stookruimtes voor vloerverwarming. Een van de stookruimtes is in een latere fase gebruikt als opslag voor bouwmateriaal.

Op het terrein wordt ook waterdicht stucwerk uit het badhuis gevonden, aardewerk, een bronzen spiegel en resten van glaswerk. De fundamenten zijn gebouwd met gebruik van kalksteen die nog tot na de Tweede Wereldoorlog in de directe omgeving werd gedolven. Ander bouwmateriaal waren aardewerken dakpannen, kolenstandsteen en zandsteen uit de Nievelsteiner groeve in het Wormdal.

Verbrand hout

Alle resten van de gebouwen blijken bedekt met een dikke laag verbrand hout van de dakconstructie en veel puin van dakpannen. Het wijst erop dat de Villa Dellender zoals zoveel Romeinse boerderijen is geplunderd en in brand gestoken. De jongste munt die wordt aangetroffen op het terrein, dateert uit de periode van keizer Gallienus. Juist tijdens zijn bewind heeft de regio te lijden onder plundertochten van vijandige stammen. Dat zou kunnen verklaren waarom hier 700 Romeinse munten in de grond werden verstopt.

Foto: De afstand naar de bekende Villa Vlengendaal is niet meer dan een kilometer. Een afstand die de Romeinen gemakkelijk konden overbruggen dankzij de verbindingsweg tussen de twee villa’s die is ontdekt.

Villa Butterweiden/Dellender is onderdeel van het grensoverschrijdend park voor het Romeinse villalandschap Bocholtz-Vetschau. Dit park wordt mogelijk dankzij subsidies van Interreg Maas-Rijn, Regiodeal Parkstad Limburg en de provincie Limburg.

Lees ook

Zonovergoten wijnen uit Voerendaal

Wereldwijde aandacht voor onderzoek Heerlense spelsteen