Expo Romeins Bocholtz – vitrine 3
Hoeve Overhuizen - Bocholtz
1. Tranenflesje / Unguentarium
2e – 3e eeuw n.Chr.
Origineel, Provinciaal Depot voor Bodemvondsten Limburg
Dit lichtere, groenblauw glazen flesje is gevonden in de askist van de Heer van Bocholtz. In tegenstelling tot de naam doet vermoeden, werden er geen tranen in opgevangen of bewaard. In werkelijkheid bevatten de flesjes kostbare geuroliën, parfums of medicinale balsems. De lange hals voorkwam dat te veel van de inhoud in één keer naar buiten kwam. Deze flesjes werden als grafgift meegegeven, omdat werd geloofd dat de verzorgingsrituelen doorgingen in het hiernamaals.
2. Kom/bord met een afgeronde rand, schuin uitlopende wanden
2e – 3e eeuw n.Chr.
Origineel, Provinciaal Depot voor Bodemvondsten Limburg
Kleurloos glas, groenige/gelige tint, met standring en naar buiten uitlopende wand. Dit voorwerp behoort tot het Romeinse fijnwaar, een categorie luxe gebruiksvoorwerpen die getuigt van vakmanschap en verfijning. Het betreft een glas van het type Isings 80, dat zich onderscheidt door de uitzonderlijk dunne glaswand. De vervaardiging van dergelijk glas vereiste grote expertise, waardoor deze kostbare voorwerpen vooral bereikbaar waren voor de welgestelde lagen van de bevolking. Vanwege hun kwetsbaarheid zijn complete exemplaren zeldzaam. Juist daarom is de staat van dit object (75% compleet) bijzonder waardevol.
3. Schenkkan
Medio 2e eeuw n.Chr.
Origineel, Provinciaal Depot voor Bodemvondsten Limburg
Deze koperen kan vormt een setje met de wasschaal uit de vitrine bij de deksel van de askist van de Heer van Bocholtz. Samen werden ze gebruikt om de handen mee te wassen of om een offer te brengen. In dat laatste geval werd de kan gevuld met wijn. De uiteinden van de handgreep zijn versierd met aan de onderkant het hoofd van een mens of kind, en aan de bovenkant de kop en de poten van een leeuwachtig dier met de horens van een ram.
4. Lepel / Cochlear
Medio 2e eeuw n.Chr.
Origineel, Provinciaal Depot voor Bodemvondsten Limburg
Dit zilveren lepeltje met het versierde bakje en de lange, puntige steel is vrij zeldzaam. De Latijnse naam voor dit soort lepels is cochlear, hetgeen verwijst naar een spiraal. Vandaar dat wordt aangenomen dat ze gebruikt werden om slakken – ook al in de Romeinse tijd een delicatesse – uit hun spiraalvormige huisjes te halen. Het is mogelijk dat een dergelijk luxe lepel onderdeel was van het eetservies van een Romeinse legerofficier. Bijzonder aan dit specifieke lepeltje is dat de letter R op de achterkant van het lepelbakje is gekrast.
5. Schenkkan / Brocca
Medio 2e eeuw n.Chr.
Origineel, Provinciaal Depot voor Bodemvondsten Limburg
Eenorige bolvormig kannetje met een geknepen tuit en een bolvormig lichaam, Isings 88b, kleurloos glas, zonder standring,
Bolvormige buik, oor met verticale duimgreep, klaverbladvormige tuit, twee horizontale groeven op de buik ingeslepen, incompleet en gefragmenteerd, fragmenten van buik, tuit en oor ontbreken.
6. Wasspatel / Stilus
Medio 2e eeuw n.Chr.
Origineel, Provinciaal Depot voor Bodemvondsten Limburg
IJzer, lange platte spatel met driehoekige vorm, aan uiteinde een in doorsnede ronde en aan onderzijde afgeplatte kop, compleet, van uiteinde ontbreekt hoekje, geconserveerd. De Romeinen gebruikten een wasspatel om fouten uit te wissen en de was van een wastafeltje weer glad te strijken.
Een Romeins wastafeltje (tabula cerata) was de kladblok van de oudheid. Het bestond uit een houten plankje met een opstaande rand waarin een dun laagje (vaak donker gemaakte) bijenwas was gegoten. De wasspatel werkte als volgt in het dagelijks leven: Fouten wissen: Met de scherpe punt van de wasspatel krasten de Romeinen letters in de was. Maakte de schrijver een fout, dan werd de spatel aan de achterkant gebruikt om de was weer dicht en plat te duwen. Wrijving en warmte: Door de spatel plat op de was te drukken en met een trekkende beweging over het oppervlak te gaan, zorgden de wrijving en handwarmte ervoor dat de was zacht werd en weer volledig egaal streek. Tabula rasa: Als een heel document niet meer nodig was, kon de spatel (soms na heel lichte verwarming) gebruikt worden om het hele plankje leeg te maken. Hier komt de bekende Latijnse uitdrukking tabula rasa (“een schone lei”) vandaan. Dankzij deze spatelmethode konden de Romeinen één enkel wasplankje honderden keren hergebruiken. Dit maakte het een goedkoop en duurzaam alternatief voor het kostbare papyrus.