1120

Expo Romeins Bocholtz – Askist van Bocholtz

Hoeve Overhuizen - Bocholtz

175 – begin 3e eeuw n.Chr.

Origineel, Provinciaal Depot voor Bodemvondsten Limburg

In deze loodzware, stenen kist met deksel zijn de crematieresten van de Heer van Bocholtz begraven. De Nivelsteiner zandsteen waaruit deze kist is gemaakt, kwam waarschijnlijk uit een steengroeve bij het huidige Merkstein, vlak over de Duitse grens. De kist is ruw bekapt, het is een eenvoudig exemplaar. Mogelijk omdat de Heer van Bocholtz onverwacht overleed. De askist werd samen met tientallen grafgiften bijgezet in een zogenaamd tumulusgraf: een met hout afgetimmerde ruimte (2,4 bij 2,3 meter) onder een heuveltje. In de Romeinse tijd is het deksel gebroken, waardoor de kist zich in de loop van de eeuwen vulde met grond.

Midden in de askist werden de crematieresten aangetroffen van wie later gedoopt zou worden tot de Heer van Bocholtz. De resten lagen los in de kist, waardoor het aannemelijk is dat ze in iets hebben gezeten gemaakt van een vergankelijk materiaal, zoals hout of textiel. Verder werd er in de kist een tranenflesje aangetroffen (gebruikt voor cosmetica) en enkele kleine bronzen beslagstukken. De andere grafgiften werden buiten de kist aangetroffen.

In totaal zijn in en rond de askist 52 grafgiften aangetroffen, die allemaal bijdragen aan het beeld dat we nu vormen van de Heer van Bocholtz. Buiten een vouwstoel en een olielamp op standaard, hebben de grafgiften te maken met persoonlijke verzorging, de jacht, eetrituelen, schrijven, en kleding en accessoires. De meest bijzondere grafgift was het balsamarium, volledig intact en daarmee uniek.

Opgraafgeschiedenis

De askist van Bocholtz zag na bijna tweeduizend jaar weer het licht. In oktober 2003 deed boer Hupperetz uit Bocholtz een melding over een archeologische vondst. Tijdens het werk op zijn akker liep zijn ploeg vast tegen een wel heel grote steen. Het blijkt een deel van het deksel van een Romeinse askist. Nog steeds zijn de krassen gemaakt door de ploeg goed te zien.

Het grote nieuws deed snel de ronde, eerst mond-tot-mond en ook via de media. De vierde nacht na de ontdekking werden er moderne ‘grafrovers’ met metaaldetectoren verjaagd door de politie. Hierna hebben vier belangstellenden op eigen initiatief een ‘sarcofaagwacht’ opgericht, die de plek beschermde vanaf het moment dat de archeologen vertrokken. De verdere graafwerkzaamheden en de onderzoeken die volgden, leidden tot een grote archeologische ontdekking.