247

Boeren in het Romeinse Rijk

Plateweg, Bocholtz

De aanwezigheid van lössgrond voor akkerbouw, mergel als bouwmateriaal en water maakten deze streek in de Romeinse tijd een aantrekkelijke vestigingsplaats. Bovendien bouwden de Romeinen twee belangrijke wegen door het gebied: de Via Belgica, die Maastricht met Heerlen en uiteindelijk de Franse kust met Keulen verbond, van west naar oost. En de weg van Xanten naar Aken van noord naar zuid.

De wegen kruisten elkaar in Coriovallum, het huidige Heerlen. Langs de wegen en op de plateaus stonden talrijke Romeinse ‘villae’: grote boerenbedrijven die voldeden aan de enorme vraag naar landbouwproducten. Want het Romeinse leger was groot en had geen tijd om zijn eigen voedsel te produceren. Dat deden de boeren in de omgeving.

Behalve de rijke villabewoners leefden hier ook gewone boeren. Hun huizen werden opgetrokken uit hout en leem, net als de typisch Limburgse vakwerkhuizen. De grootste inheemse Romeinse nederzetting van Zuid-Limburg werd vlakbij opgegraven: iets ten noorden van Bocholtz. De nederzetting was volledig uit hout gebouwd.

De boeren verbouwden graan en fokten varkens en runderen die ze op de markt, ook een Romeinse uitvinding, verkochten. In ruil daarvoor kregen ze glazen flessen, bronzen vaatwerk, mantelspelden en rood geglazuurd aardewerk. Zo deed de Romeinse luxe zijn intrede in de boerenhuishoudens en werd Zuid-Limburg de graanschuur van het Romeinse Rijk.

 

onderdeel van route